Ecologisch bouwmateriaal vs. synthetische-industriële bouwstoffen

De weerstand van de bouwstoffen voor transmissie laat grote verschillen zien. Hij is afhankelijk van de dichtheid en de eigenschappen van het materiaal. Synthetische stoffen van kunststoffen, metalen en glas breken de capillariteit of leiden deze transmissies afhankelijk van de constructie aan de oppervlakte binnenzijdig (indien het lichaam hol is) en/of buitenzijdig verder. De genoemde stoffen zelf nemen geen of maar weinig water en andere vloeistoffen op. Derhalve bestaat er een gering of helemaal geen zwelvermogen bij vochtigheid. Het materiaal kan niet tot vochtopslag ‘muteren’. Een gelijkmatig binnenklimaat wordt nagestreefd. Voor dit effect moeten bepaalde waterreserves beschikbaar zijn.

Natuurlijke materialen van minerale stoffen als bijv. klei en aarde, planten en dierlichamen zijn in staat, vaste stoffen, vloeistoffen en gassen te absorberen en weer af te staan. Ze reageren met hun zelfregulerende sturing op omgevingsinvloeden.
In tegenstelling daarmee staan synthetische stoffen, waarbij men deze invloeden kan en wil uitsluiten. Ze vervullen hun opgave wezenlijk daar, waar chemicaliënbestendigheid, dichtheid, temperatuur en slijtage juist vereist worden.

Weliswaar reageren synthetische stoffen eveneens op omgevingsinvloeden als hitte, kou, slijtage, elektrische en magnetische stromen; hun functie blijft daarbij vooralsnog vergaand behouden. Synthetische stoffen echter, bijvoorbeeld kunststoffen geven weekmakers af en worden bros, duroplastics vormen door ultraviolet licht moleculaire verbindingen en verouderen. Oplosmiddelen met hoger vlampunt treden langzaam uit.

Bij metalen vloeien elektrische stromen en treden corrosieverschijnselen op. Magnetische velden veranderen natuurlijke magneetvelden. Hun functie als waterleiding, afvoerbuis, raamafdichting etc. blijft voorlopig werkzaam. Echter gedurende en na verouderingsprocessen verliezen ze in de regel hun specifieke functie en de stoffen worden nutteloos.

Natuurlijke bouwstoffen verouderen weliswaar ook, bieden echter talrijke recyclingmogelijkheden, bijvoorbeeld door compostering middels schimmels, microörganismen en insekten, bespoedigd door vochtigheid en warmte, of door de opname van siliciumdioxide ‘verstening’. Terugbrengen in de natuurlijke kringloop brengt geen moeilijkheden met zich mee.