HarKun als tuinhuis

Het idee
Het HarKun gebouw is in 2013 in een innovatieve houtvakwerkbouwmethode gepland en vrij vormgegeven. De praktische omzetting ontstond in hetzelfde jaar in een dorp in Münsterland. Het fungeert als een soort referentieobject / voorbeeldhuis voor gebruik als woonhuis in een tuin.

Experimentele gebouwconstructie

De uitvoering van het gebouw verliep kunstzinnig, dat betekent zonder bouwtekening en planning. Het volgende werd echter nagestreefd:

1. Een intuïtief vormgeven van de gebouwschil
2. Het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen
3. Een mogelijk diffusieopen bouwwijze van alle buitenbouwdelen
4. De mogelijkheid het gebouw weer simpel te demonteren (en te transporteren)
5. De binnenruimte gedurende de levensfasen te kunnen herindelen
6. Het energieverbruik te minimaliseren
7. Benutting intuïtief en zelfstandig zonder gecompliceerde techniek
8. Een kostengunstige en duurzame bouwwijze
9. Een flexibele en toch industriële en/ of ambachtelijke wijze van bouwen

Deze voorwaarden werden in praktijk omgezet en laten de uitspraak toe, dat bouwbiologische gebouwen uitgevoerd kunnen worden, die met moderne en met (veel) techniek uitgeruste systemen kunnen wedijveren.

Voor de test Prüfung der Statik an der Fachhochschule in Köln maakt Kai Kunze met Jolanda in 2,5 uur een 2,20m breed en 3,00m hoog element van massief vurenlatten van 40x60mm

Vier aan elkaar geschroefde lagen leveren een 24 cm diep wandelement.


Van gekamde houten latten 40/60mm wordt een raster geschroefd, dat oorspronkelijk als onderconstructie voor een gebogen dak moest dienen. Hier wordt net het buiggedrag van de constructie getest.


Voor verdere toepassing als fundament is met het ‘timmermansoog’ een plattegrond afgekort. Het dekt een oppervlakte van ca. 36 m² af.


De plattegrond wordt in vieren gedeeld en tot 4 fundamentelementen weer samengevoegd. De holle ruimte moet nog met isolatiemateriaal worden gevuld. De basismodule biedt ook plaats voor stroom, gas, water en afvoerleidingen.


Franzis volgt haar intuïtie en geeft de dimensie voor een zijwand aan.


Op deze manier wordt het geraamte van de wanden vastgelegd zonder bouwtekening. Dit kan als kunstzinnig bouwen worden aangeduid.


Vensteropeningen zijn nog niet bepaald. De ingangszone krijgt voorlopig een royale doorgang, om meubels, bouwdelen of piano’s naar binnen te kunnen brengen


Met behulp van buigproeven wordt de buiging van het dak bepaald, om de hoogte van het vertrek te kunnen inschatten.


Er moet een dakspant worden gefabriceerd, die het houten raster opvangt en in de dakvorm brengt


Diagonale schoren dienen ter verstijving en stabiliteit van de wand, want in de tussentijd zijn de wandelementen in de onderzoekswerkplaats van de universiteit Keulen getest, zodat een uitspraak betreffende de stabiliteit kan worden gedaan.


In de buurt wordt het aanstaande gebouw gedurende deze bouwfase als ‚aspergehuis‘ aangeduid.


Voor de venster worden kaders gebouwd en in de wand geplaatst,


De openingen worden volgens ruimtegevoel bepaald en spontaan ingebouwd.


De ‘aspergestaken’ worden met behulp van zaaggereedschap ‘geoogst’ en er worden twee gebogen dakspanten gemonteerd.


De wandbouwdelen, dakspanten en fundamenten bestaan uit afzonderlijke elementen die zonder te schroeven als klikverbindingen in elkaar gepast zijn.


De dakvorm wordt met behulp van een raster bestaande uit gekamde latten gerealiseerd.


Het raster wordt op de wandelementen gelegd en krijgt na de vervorming een ringanker van vuren latten van 40/60 mm.


De buitenste rand met dakoverstek is door het ringanker begrensd. Tegelijk stabiliseert en fixeert dit kader het houten raster.


Zonder verdere ondersteuning is het dak begaanbaar. De bekleding met planken zonder veer/groef verstijft het raster. Het dak wordt vormstabiel.


Aanbrengen van de eerste deklaag door te schroeven.


De dubbele bekleding versterkt de onderconstructie in de andere richting en verhoogt de vormstabiliteit. Tot nu toe zijn er voor deze constructie nog geen statische berekeningen beschikbaar.


De dakconstructie wordt in vier delen gescheiden omwille van later transport. Bij de belasting van de zaagsnedes is bij puntbelasting de vorm stabiel gebleven.


Binnen in het vertrek blijft de constructie zichtbaar. Een plafondbekleding is echter voorstelbaar.


Midden in het dak is na de scheidingszaagsnede een opening voor een lichtschacht ontstaan.


Opening van de dakhuid en scheidingszaagsnede zijn herkenbaar


De lichtschacht wordt aangepast aan de vorm van het dak.


Triplexplaten omvatten de grondvorm en worden met hennepisolatiemateriaal geïsoleerd.


De ruwbouwfase is zo goed als ten einde. De toegangsdeuren zijn circa 10 cm. dik en met hennep geïsoleerd.


Een deel van het gebouw krijgt een bekleding van hout.


De overdekte veranda beschermt de ingang tegen regenwater.