Constructieprincipe

Licht, lastdragend en dwarsverstijfd houtvakwerk, dat bijzonder geschikt is voor een dampopen bouwwijze. Meerdere vlakken worden door het vastschroeven van houten latten van 6x4cm in loodrechte en diagonale richting gevormd. Principe: de afstanden tussen de balkjes bepalen de starheid en diepte (4 keer 6cm maakt 24cm) van de constructie. Een rondlopend vastgeschroefd kader verbindt de staanders en vormt een vlakbegrenzing.

Wandaufbau HarKun

Wandopbouw HarKun



Gebruikelijke wandelementen / standaarden van tot dusver gangbare techniek

De houtkader- of houtstaanderbouw is tegenwoordig een gebruikelijke bouwconstructie op het gebied van eensgezinswoningen, kleine gebouwen en aan- of opbouwen aan bestaande bouwwerken. Daarbij worden (verticale) staanders of steunen en twee horizontale houten balklagen met dezelfde dikte als het isolatiemateriaal (180 tot 300mm) middels metalen verbindingen met elkaar verbonden. De bevestigde staanders vormen een raster , dat de daadwerkelijke beplanking van de houten balken tot een wandoppervlak mogelijk maakt. Om warmtebruggen te reduceren worden steeds vaker dubbel-T-staanders toegepast. Wandelementen in de tegenwoordig gangbare houtstaanderbouw hebben ter verstijving gewoonlijk panelen nodig zoals OSB-, triplex- of houtvezelplaten, die diffusie remmen; alsook metalen schoorbanden met spaninrichting of een diagonale betimmering. Metalen banden zijn gevoelig voor condens en bij veel voorkomende wanddoorboringen niet geschikt. Bij gebruik van plaatmaterialen zijn daarbij bouwfolies, bouwpapieren en kleefstroken noodzakelijk voor zowel de winddichtheid alsmede ter compensatie voor het uiteenlopende diffusieverloop van de wandconstructie, om condens in de constructie te verhinderen. Desalniettemin blijkt ten negatieve dat luchtvochtigheid zelfs bij synthetische isolatiematerialen zoals styropor, polyurethaan, minerale wol etc. in de isolatielaag doordringt.

Het gevolg:

  • Door ontbrekende capillaire werking leidt dit proces op de lange termijn tot het nat worden van de genoemde materialen.
  • De gebruikte folies en afdichtstroken zijn gewoonlijk van kunststoffen gemaakt, en reguleren het vocht door dampdiffusie en niet capillair. Door verschillende dampremmende lagen wordt de capillariteit van het isolatiemateriaal onderbroken. Water kan uitsluitend als gas het vlak passeren. Het inbouwen van vochtige materialen is dan ook heel bedenkelijk.
  • De winddichtheid van de folie remt de gasuitwisseling, zodat een luchtuitwisseling door de wand nauwelijks plaatsvindt. De isolatie is weliswaar door de winddichtheid in haar isolatiewaarde beschermd, de wisselende luchtbeweging, een ‘ademen’ tussen buiten en binnen wordt echter onderdrukt. Kortweg geformuleerd: bewoner zit na het betrekken van de woning in een soort ‘plastic zak’.
  • Gebruikelijk wordt in dit verband aan de binnenzijde een extra installatiespouw aangebracht, om de gevoelige buitenwandlagen niet te beschadigen. Echter net zoals bij een ketting de zwakste schakel de maximale sterkte bepaalt, zo bepaalt hier de meest diffusiedichte en iedere capillariteit onderbrekende laag de damp- en diffusietransportsnelheid.

    Door deze constructiewijze wordt de berekende theoretische isolatiewaarde in de praktijk niet bereikt, want bij het bepalen van het daadwerkelijk totaalenergieverbruik leert de ervaring dat de ventilatiebehoefte 30% van de energiekosten voor zijn rekening neemt. Daarom wordt bij het heden gangbaar geworden bouwen bijna altijd de opdrachtgever de inbouw van een extra – en daarmee kostenverhogende – gecontroleerde en door sensoren geregelde ventilatie met warmteterugwinning aangeraden.